logo 2024

Bas en Sax

voor liefhebbers van (bas)klarinet en saxofoon

Molenstraat 6

4161CJ Heukelum

Contact

  facebook  Signal App Logo PNG Image Backgroundemail   Openingstijden: wo. van 10.00 tot 17.30

 

 

Flowchart voor intonatieproblemen

We krijgen vaak mensen langs met intonatieproblemen. Vaak ligt de oorzaak in de saxofoon zelf.  Een niet goed sluitende klep kan het probleem zijn of een niet correcte klephoogte. In eerste instantie kun je er meestal vanuit gaan dat een saxofoon ontworpen is om zo zuiver mogelijk te spelen. Dus als alles aan de saxofoon klopt dan ligt de oorzaak wel eens bij het mondstuk en het riet. Om dat te kunnen onderzoeken hebben we (Henk Spies en Johan Jonker) een theorie bedacht waarmee we wellicht de juiste diagnose kunnen stellen. Op die theorie willen we een soort route baseren die spelers helpt naar een oplossing van hun intonatieprobleem. We gaan binnenkort eens experimenten doen om die theorie te toetsen.

 

Communiceren met de sax

Gevoelige spelers weten dat een saxofoon weerstand heeft. Die weerstand is zoiets als het gemak/ongemak waarmee een instrument aanspreekt. De weerstand varieert bij de meeste instrumenten, vooral bij vintage saxofoons, over het toonbereik. Als je op een lichte combinatie van mondstuk en riet speelt, dan ervaar je die weerstand het sterkst, omdat de weerstand van die combinatie verwaarloosbaar is ten opzichte van die van het instrument.

Wat je onbewust doet als speler is zoeken naar de weg van de minste weerstand.  Het instrument verleidt je in feite de intonatie met de minste weerstand en daarmee samenhangende volste toon te spelen. Daardoor stuur je onbewust de toon de ene keer omhoog en de andere keer omlaag.  Dat effect kan per instrument verschillen. Op het ene instrument speel je zuiver en op het andere is het een drama.
De remedie is een mondstuk-riet combinatie te spelen met meer weerstand. Dat is een mondstuk met een grote beakhoek, een kleinere tipopening en een steviger riet. Daardoor wordt je minder afgeleid door de variaties in weerstand van het instrument en speel je met een constantere embouchure en intoneert het instrument zoals het is bedoelt. Een andere manier is om precies het omgekeerde te doen: een te zacht riet gebruiken zodat bijna alle blaasweerstand wegvalt. Als je met een te zacht riet op je mondstuk wél het hele bereik zuiver kunt spelen (oké, met minder volume), is je embouchure goed. Uiteindelijk gaat het erom dat je ‘rechtuit blaast’ met een constante embouchure over het hele bereik. Om dat gemakkelijker te maken kan een andere mondstuk-riet combinatie met andere parameters helpen. Er zijn altijd meerdere combinaties om tot een mooie sound te komen, we helpen je een combinatie te vinden die optimale zuiverheid geeft.

Het mondstuk 

Twee belangrijke eigenschappen van het mondstuk die effect hebben op de intonatie zijn de lengte en de inhoud van de kamer.
Dat komt omdat de kamer van het mondstuk deel uitmaakt van de conusvorm van de saxofoon.
De intonatie van een saxofoon wordt bepaald door de vorm van die conus. 
De vorm van de conus kan, met name in het deel waar met mondstuk zich bevindt, een ander effect op de hogere harmonischen (dus het hoge octaaf) hebben dan op de grondtonen (het lage octaaf).

Als de combinatie van lengte en inhoud van het mondstuk niet goed aansluiten op de conus van de saxofoon dan kan dat intonatieproblemen veroorzaken. Remedie is dan het spelen met een grote of juist een kleine kamer.

 We stellen de volgende stappen voor:

1) Check de sluiting en klephoogte van het instrument
V
2) test met je eigen mondstuk met een te zacht riet (1,5-2) en dan met een (te) dik riet (3, 4 en meer).

Met een te zacht riet moet je het mondstuk waarschijnlijk iets inschuiven om op stemming te blijven, met een te hard riet ruist iets uittrekken. Als een te zacht riet goed werkt, kun je een grotere tipopening proberen met diezelfde rietsterkte. Als een te hard riet goed werkt (niet bijten!) kun je een kleinere tipopening met die rietsterkte proberen. Meestal werkt een harder riet beter om de stemming te verbeteren
V
3) test met een mondstuk (a) een grotere beakhoek, (b) kortere facing, (c) kleinere tipopening en dikker riet
V
4) test met een grote kamer in combinatie met een kleinere tipopening en een dikker riet
V
5) test met een kleine kamer mondstuk in combinatie met een kleinere tipopening en een dik riet

 

In stappen 2 tot en met 5 is de aanpak als volgt:

  • stemmen: speel de lage B, blaas dan met diezelfde greep een octaaf over, en speel dan de gewone midden B (één vinger). Als de overgeblazen lage B overeenkomt met de gewone midden-B, is het instrument intern zuiver. Pak dan een stemapparaat, en pas het mondstuk aan tot je zuiver bent (A=440Hz). Bedenk dat als je het mondstuk uittrekt of induwt, het effect daarvan altijd groter is op de noten die hoger uit de buis komen dan op de lage noten. Je instrument stemmen is eigenlijk vooral het midden- en hogere register stemmen, de stemming van het lage register verandert nauwelijks. Aan die interne stemming en de algemene stem-hoogte van het instrument is met een andere mondstuk-riet combinatie iets te doen.
  • stem de A in het hoge register af op 440Hz
  • noteer de afwijkingen in % het lage register
  • noteer de afwijkingen in % het hoge register 

We zullen voor de experimenten sets mondstukken maken voor in iedere geval de alt, tenor en bariton.

De sets bestaan uit:

  1. een basis mondstuk met een standaard facing en tip (a la Selmer c* of yamaha 5C)
    1. voor alt 1,7mm tip en 23 mm facing en beakhoek 19 graden
    2. voor tenor 1.9mm tip en 24 mm facing en beakhoek 19 graden
    3. voor bariton 2,1mm tip en 29mm facing en beakhoek 18 graden
  2. een standaard mondstuk met een grote beakhoek korte facing en kleine tip
    • voor alt 1,5mm tip en 20 mm facing en beakhoek 23 graden
    • voor tenor 1.7mm tip en 21 mm facing en beakhoek 23 graden
    • voor bariton 1,9mm tip en 26mm facing en beakhoek 22 graden
  3. als 2) maar dan met een grote kamer 
  4. als 2) maar dan met een kleine kamer

 De mondstukken zullen allemaal een iets kortere shank en wijdere boring krijgen zodat ze moeiteloos passen op de meeste nekken.